|
|
Wat is de
Week van de Psychiatrie?
De Week van de
Psychiatrie is opgedragen
aan alle mensen (met of zonder psychiatrische achtergrond)
die zich hebben ingezet voor verbetering van positie en het
leven van mensen met psychische en psychiatrische
problematiek. De GGz (geestelijke gezondheidszorg) is veel
humaner geworden, hoewel er nog heel veel werk te doen is op
het gebied van beeldvorming, doorbreken van isolement,
verbeteren van woonomstandigheden, verbeteren van relatie
van psychiatrie en de samenleving, verbeteren van financiële
positie, verbetering van informatievoorzieningen en
keuzemogelijkheden. De Week van de Psychiatrie is nog niet
'af' en de komende decennia gaan we hiermee door. Wij dragen
de Week van de Psychiatrie ook op aan Paul Fijn, die een
groot deel van zijn leven actief is geweest bij de
Clientenbond en in het bijzonder voor deze Week. Hij was de
voortrekker van de landelijke werkgroep.
De geschiedenis van de Week
van de Psychiatrie
De Week van de Psychiatrie vindt zijn
oorsprong in het antiautoritaire denken van de jaren zestig. Aan de golf
van kritiek op bestaande maatschappelijke structuren ontkwam ook de
psychiatrie niet. Tegenover de bestaande zorg ontwikkelde zich een
kritische beweging, waarvan Jan Foudraine en Carel Muller belangrijke
exponenten waren. Foudraine publiceerde in 1971 de bestseller 'Wie is
van hout', waarin zowel de wijze waarop in Nederland met psychiatrische
patiënten werd omgegaan als de opleiding tot psychiater, wordt
bekritiseerd. Volgens Foudraine zouden psychiatrische cliënten veel meer
gelijkwaardig moeten worden benaderd door psychiaters en
verpleegkundigen. Carel Muller was in diezelfde tijd directeur van
Dennendal op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Ook
hem stond een veel humanere benadering van de zorg voor ogen in een
gemeenschap, waar pupillen en verpleegkundigen ongedwongen met elkaar
samenleefden.
Gekkenbeweging
Ook cliënten in de psychiatrie en hun familieleden lieten van zich
horen, zij begonnen hun kritiek op de hulpverlening te uiten en
organiseerden zich in de Gekkenbeweging (de voorloper van de
Cliëntenbond) en hun huisorgaan, de Gekkenkrant. Het woord cliënt kwam
naar voren als alternatief voor het woord patiënt, dat teveel de
afhankelijkheidspositie van hulpvragers binnen de geestelijke
gezondheidszorg typeerde. Ook meer persoonlijke ervaringsverhalen kwamen
naar boven, met als bekendste voorbeelden 'Laten ze het maar voelen' van
Corrie van Eijk-Oosterholt en 'In het land der blinden' van Evelien
Paull. Het boek van Corrie van Eijk was maandenlang een bestseller en
vormde de eerste openbare aanklacht tegen het onnodig lijden dat mensen
- in dit geval Corrie's zuster - in psychiatrische klinieken werd
aangedaan.
In dit klimaat werd vanaf 1975 eerst de dag en later
de Week van de Psychiatrie
georganiseerd; een week met theater, discussiemiddagen, acties en het
Breingeinfestival rond actuele
thema's in de cliëntenbeweging. Het is dus allemaal begonen met de
dag van de psychiatrie in Wolfheze, opgezet door een aantal
kritische hulpverleners. Als je nu op dat grote terrein van Wolfheze
komt dan herinnert een beeldje nog aan deze mijlpaal. Het beeldje is een
vrouwenfiguur met gaten erin. Een verscheurde persoonlijkheid.
De cliëntenbeweging in de geestelijke gezondheidszorg
ontstaat in een periode waarin grote maatschappelijke betrokkenheid en
kritiek op de gevestigde orde de overhand heeft. Een vrij algemene
opvatting in de jaren '70 is dat menselijke solidariteit en
maatschappelijke democratisering de toekomst hebben: mensen moeten meer
voor elkaar opkomen en mensen zouden meer greep moeten hebben op hun
werksituatie, hun woonomgeving, hun opleidingssituatie, kortom op
allerlei aspecten van het menselijke bestaan. Veel mensen voelen zich
verbonden met de onafhankelijkheidsstrijd van de verschillende
bevrijdingsbewegingen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Anderen zetten
zich in voor zaken als een beter milieu of betere arbeidsomstandigheden.
Ook in de psychiatrie beginnen mensen zich te roeren. Kritische
verpleegkundigen, behandelaars, alternatieve hulpverleners, maar ook
patiënten en familieleden komen in actie om de rechteloosheid van de
psychiatrische cliënt, de onmenselijke behandelingstoestanden en andere
misstanden in de psychiatrie publiekelijk bekend te maken en ter
discussie te stellen. Zij allen pleiten voor een betere rechtspositie
van cliënten en ontwikkelen bovendien eigen ideeën over de manier waarop
de geestelijke gezondheidszorg hulp zou moeten verlenen en georganiseerd
zou moeten zijn.
Verschillende initiatieven
Het ontstaan van de patiëntenbeweging in de
geestelijke gezondheidszorg is niet terug te voeren op één groepering of
op één actie, integendeel. De wortels liggen in allerlei (soms
kleinschalige) initiatieven uit het begin van de jaren '70. Hieronder
worden de belangrijkste ontwikkelingen weergegeven. In 1970 neemt de
stichting Pandora, in 1964 opgericht om de maatschappelijke beeldvorming
rond psychische problematiek te verbeteren, het initiatief om door
middel van een advertentie ex-patiënten te werven. Deze zouden dan, als
vrijwilligers, voorlichting kunnen geven op basis van hun eigen
ervaringen in de psychiatrie. Met dit initiatief begint een periode
waarin de beeldvorming over psychiatrische problematiek niet langer
alleen het werk van behandelaars, verpleegkundigen en voorlichters is,
maar nu door psychiatrische patiënten zelf ter hand wordt genomen.
Leerling B-verpleegkundigen organiseren zich om met name binnen het
eigen psychiatrisch ziekenhuis acties te voeren, activiteiten op te
zetten, pamfletten te verspreiden (Wolfheze, St. Anna, Willem Arntsz
Hoeve, Rosenburg). Hun belangrijkste grieven zijn het gebrek aan
democratische besluitvorming binnen het ziekenhuis en de slechte positie
als leerling-verpleegkundige. Maar al spoedig betrekken zij ook het
behandelmilieu en de kwaliteit van de behandeling in hun kritiek.
Medisch model
Ook studenten, werkers en psychiaters geven
ieder hun eigen kritiek op de psychiatrie, op de opleidingen, op de
autoritaire verhoudingen binnen de instellingen, op de behandeling van
patiënten, op de tekortkomingen gen van het "medisch model" waarin de
arts de deskundige is en de patiënt wordt gereduceerd tot
(psychiatrisch) ziektebeeld. Zij ontwikkelen alternatieve ideeën over
een meer sociaal gerichte en democratische hulpverlening en proberen
deze ideeën gestalte te geven in experimenten in het MOB-Leiden,
Dennendal en de Pompekliniek. Het boek `Wie is van Hout' van de
psychiater Foudraine krijgt in Nederland grote publieke belangstelling.
JAC en Release
Als reactie op en protest tegen de bestaande hulpverleningsinstellingen
worden in verschillende steden een zogenaamd JAC
(jongerenadviescentrum), soms RELEASE genoemd, opgericht. Deze
alternatieve hulpverlening gaat er vanuit dat individuele problemen niet
los gezien kunnen worden van de maatschappelijke context waarbinnen deze
ontstaan en dat hulpverlening en belangenbehartiging met elkaar
verbonden zijn. Dit alles in tegenstelling tot de bestaande instellingen
waar alleen gekeken wordt naar ieders individuele problemen en de
samenleving als het ware buiten de deur blijft.
Patientenraad
Alhoewel in een aantal algemeen psychiatrische ziekenhuizen "zaalraden"
functioneren, wordt in 1970 in het psychiatrisch ziekenhuis Coudewater
de eerste officiële patiëntenraad opgericht. Het creëren van
mogelijkheden tot inspraak binnen de psychiatrische ziekenhuizen is een
eerste belangrijke stap voor de erkenning van de mondigheid van
patiënten. In andere psychiatrische ziekenhuizen wordt dit initiatief
overgenomen. Er worden patiëntenradendagen georganiseerd om landelijk en
onafhankelijk van de instelling elkaar te ondersteunen, informatie uit
te wisselen, gezamenlijke standpunten te bepalen en contacten te leggen.
Op 11 september 1971 wordt de Cliëntenbond in de geestelijke
gezondheidszorg opgericht, in eerste instantie als een organisatie die
de tekortkomingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg wil
opheffen. Door deelname aan een uitzending over psychiatrie van het T.V.-programma
"Een groot uur U" van Koos Postema, krijgt de Cliëntenbond veel brieven
van patiënten/bewoners uit psychiatrische ziekenhuizen. Mede onder
invloed hiervan gaat men zich richten op belangenbehartiging en op
structurele verandering van de geestelijke gezondheidszorg. Leden van de
Cliëntenbond worden actief in allerlei afdelingen, in werkgroepen en in
allerlei landelijke en regionale actiegroepen.
Gekkenkrant
In 1973 verschijnt de eerste Gekkenkrant, een tijdschrift voor
psychiatrische patiënten. Behalve veel brieven van patiënten bevat de
krant ook informatie over therapieën, over ontwikkelingen in de
inrichtingen en over de rechten van de patiënt. De naam Gekkenkrant
levert veel kritiek op, met name van patiënten. De redactie geeft in het
vierde nummer (juni 1974) de volgende toelichting: "Deze krant heet
Gekkenkrant omdat hij is voor mensen die gek genoemd worden. Wij zijn
dus gek en we komen er rond voor uit. We kunnen elkaar alleen helpen als
we inzien dat we allemaal op dezelfde manier worden uitgescholden en
gediscrimineerd. Dat is juist onze kracht. Samen gediscrimineerd, dus
samen er wat aan doen; dat is de enige manier." In januari 1981
verschijnt de Gekkenkrant voor het laatst, maar in datzelfde jaar
verschijnt reeds zijn opvolger `Gek'ooit', een blad vóór en dóór
cliënten en kritische werkers.
Acties en bundeling van
activiteiten
De publieke opinie en de politiek zijn dus de
belangrijkste terreinen waarop de patiëntenbeweging zich manifesteert.
De beweging ontwikkelt eigen actievormen om haar kritiek kracht bij te
zetten. Door de verschillende groeperingen worden congressen en eigen
hoorzittingen georganiseerd, nota's geschreven, demonstraties gehouden,
zwartboeken gepubliceerd, handtekeningen verzameld, eigen onderzoeken
verricht, politieke partijen bewerkt enzovoort. Daarnaast wordt deze
periode gekenmerkt door een landelijke bundeling van activiteiten.
Bekende voorbeelden van de bundeling van krachten zijn de Landelijke
Werkgroep Krankzinningenwet, de Werkgroep `Dag van de Psychiatrie' en de
stichting Landelijke Patiënten- en Bewonersraden.
In 1974 wordt de Landelijke Werkgroep Krankzinnigenwet
(LWKZ) gevormd. Deze werkgroep heeft veel kritiek op het reeds in 1971
ingediende Wetsontwerp Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische
Ziekenhuizen (BOPZ) en wil het wetsontwerp (laten) wijzigen om de
rechtspositie van mensen die in een psychiatrische instelling verblijven
te verbeteren. Wanneer een officiële hoorzitting over het wetsontwerp
BOPZ steeds opnieuw wordt uitgesteld, organiseert de LWKZ in 1976 zelf
een alternatieve hoorzitting onder het motto `Te gek om vast te zitten'.
Voorafgaand aan de hoorzitting houden patiënten, ex-patiënten en
sympathisanten een `stille tocht' door Den Haag; de eerste openlijke
demonstratie van de psychiatrische patiëntenbeweging.
De dag en de week
Het meer gezamenlijk en landelijk gaan
opereren van actiegroepen komt het meest duidelijk tot uiting in het
instellen van de Werkgroep `Dag van de Psychiatrie'. Wat in 1974
begint met de Dag van de Psychiatrie, groeit al snel uit tot de Week
van de Psychiatrie . In de W eek van de Psychiatrie wordt steeds een
ander thema centraal gesteld, waaromheen landelijk door allerlei
groeperingen activiteiten worden georganiseerd. Door dit telkens opnieuw
kiezen van een thema weerspiegelt elke Week de organisatoren, de acties
die er zijn, de sfeer die er in die periode in de patiëntenbeweging
heerst. In de loop van de jaren zijn er heel wat leuzen, thema's en
motto's gehanteerd, waaronder: `Baas in eigen Brein' (1979) waarbij een
valiumvrije vrijdag wordt uitgeroepen; `Vecht voor je Gekkenrecht'
(1984) waarbij de Gek'expres een aantal instellingen bezoekt; `Ben ik
zelf verantwoordelijk in de psychiatrie?' (1986) waarbij bijna alle
patiënten-/bewonersraden in de psychiatrische ziekenhuizen in hun eigen
ziekenhuis een Open Dag organiseren. |
|